Overslaan en naar de inhoud gaan

Klinisch toxicoloog

Opleiding hiertoe in Nederland

In Nederland bestaat op dit moment geen erkende opleiding tot klinisch toxicoloog en er zijn geen officieel aangewezen opleidingsinstellingen voor deze specialisatie. Daarmee is het (nog) niet mogelijk om een formeel erkende titel klinisch toxicoloog te behalen.

Binnen het Geneeskundig Intoxicatie Forum (GIF) is de afgelopen jaren echter actief nagedacht over een landelijk opleidingscurriculum voor klinische toxicologie. Dit heeft geleid tot een conceptcurriculum, waarin de benodigde kennis, vaardigheden en competenties op expertniveau zijn uitgewerkt.

Hoewel dit curriculum (nog) geen formele erkenning heeft, biedt het wél een duidelijke structuur voor artsen en ziekenhuisapothekers die zich op hoog niveau willen bekwamen in de klinische toxicologie. Het kan dienen als leidraad voor:

  • individuele professionele ontwikkeling
  • inrichting van een fellowshiptraject
  • portfolio-opbouw
  • toetsing van expertise
  • voorbereiding op een rol als regionaal of landelijk expert

Ingangseisen: Werkzaam in een ziekenhuis als arts (medisch specialist of AIOS) of ziekenhuisapotheker. Onderdeel van een vervolgopleiding of na een reeds afgeronde vervolgopleiding. De opleiding tot klinisch toxicoloog kan pas worden afgerond als ook een medische vervolgopleiding of opleiding tot ziekenhuisapotheker is afgerond, waarbij voldaan is aan alle CANMEDS criteria.

Opleidingseisen klinische toxicologie

Het opleidingsplan is opgericht conform het CANMEDS model. De CANMEDS bestaan uit 7 competenties waaraan voldaan moet worden met behulp van Entrusted Professional Activities (EPA’s). De afzonderlijke EPA’s bestaan uit verschillende methoden van toetsing, waaronder klinische praktijk beoordelingen (KPB’s) en case based discussions (VIVA). Ook wetenschappelijke activiteit is onderdeel van de opleiding.

De 7 compententies zijn: Medisch handelen (M), Communicatie (C), Samenwerking (S), Kennis en wetenschap (KW), Maatschappelijk handelen (MH), Organisatie (O) en Professionaliteit (P).

Er wordt een portfolio bijgehouden met hierin de start-, voortgangs- en eindgesprekken met de opleider, evenals de EPA’s, case book, KPB’s, VIVA’s en verrichte activiteiten, waaronder een wetenschappelijke publicatie.

Eindtermen

Klinisch toxicoloog 

  • Kan de opvang doen van zowel een stabiele als een instabiele patiënt met acute intoxicatie volgens de ABCDE-methode of als ziekenhuisapotheker direct aan het bed advies geven volgens de ABCDE-methode
  • Kan de opvang doen van een patiënt met een chronische intoxicatie of als ziekenhuisapotheker direct aan het bed advies geven volgens de ABCDE-methode
  • Kent van veelvoorkomende intoxicaties met geneesmiddelen, genotsmiddelen, chemische en biologische middelen (slangenbeten, planten, paddenstoelen, etc.) het werkingsmechanisme als oorzaak van toxiciteit, de toxicokinetiek en -dynamiek.
  • Kan een goede inschatting maken van de minimaal aan te vragen aanvullende diagnostiek en kan dit interpreteren
  • Kan de meerwaarde van spiegelbepaling en toxicologische screening beoordelen
  • Kan een toxidroom herkennen
  • Kan een differentiaaldiagnose opstellen bij een patiënt met een intoxicatie
  • Kan een toxicologische differentiaaldiagnose opstellen bij een patiënt met een somatische klacht (coma, metabole acidose, etc.)
  • Kan een risico inschatting maken van het klinisch beloop van een patiënt met een intoxicatie en hierop anticiperen wat betreft het in te zetten beleid
  • Kan bij een individuele patiënt met een acute intoxicatie advies geven over decontaminatie, en distributie, metabolisme en eliminatie beïnvloeding.
  • Kan bij een individuele patiënt met een acute intoxicatie het beleid vormgeven (monitoring, resuscitatie, specifieke therapie, antidota, aanvullende behandelingen, opname, etc.)
  • Kan een behandelprotocol voor een specifieke intoxicatie opstellen
  • Kan bij een individuele patiënt een mogelijke allergische reactie beoordelen (qua oorzaak, ernst, vervolgbeleid/adviezen voor de patiënt)
  • Kent de fysiologische mechanismen, indicaties en contra-indicaties van veel voorkomende antidota
  • Kan afwegen of een intoxicatie intentioneel of accidenteel was, en handelt hiernaar (door het consulteren van een psychiater en/of forensisch arts)
  • Kent aspecten van biohazards (bijv. HAZMAT of een cursus bioterrorisme) en kan de zorg bieden voor HAZMAT-slachtoffers
  • Kan de coördinerende rol op zich nemen bij biohazards en rampen

Fundamentele toxicologie 

  • Heeft kennisgenomen van toxicologische laboratoriumtechnieken en kent de beperkingen
  • Kent aspecten van forensische en post-mortem toxicologie
  • Kent de basale identificerende laboratoriumtechnieken mbt immunoassay, LC-MS, HPLC en GC en weet wanneer deze worden toegepast en wat beperkingen kunnen zijn
  • Kent de oorsprong van giftige stoffen in de natuur en kent de specifieke aangrijpingspunten in het lichaam
  • Kan een risicobeoordeling maken van een potentieel toxische stof
  • Heeft basiskennis van wetgeving over het toelaten van nieuwe medicatie, voedingsstoffen en vitaminepreparaten op de markt

Klinische farmacologie 

  • Kent basale farmacokinetische principes zoals absorptie, distributie, metabolisme, excretie, en bijbehorende termen zoals biologische beschikbaarheid, verdelingsvolume, eiwitbinding, steady state concentratie, klaring en halfwaardetijd
  • Kent basale farmacodynamische principes zoals agonisten, antagonisten, receptortypen, drug-receptor interacties, dosis-respons relaties, en diens bijbehorende termen zoals efficacy, potency en therapeutische index.
  • Kent de verschillen tussen toxicokinetiek en farmacokinetiek
  • Kent de farmacodynamiek in relatie tot de toxicologie
  • Kan bij een individuele patiënt op basis van farmacokinetische overwegingen dosisaanpassingen maken.
  • Kan bij bijzondere patiëntengroepen (kinderen, intensive care, nier- en leverfunctiestoornissen, ouderen, zwangerschap) op basis van farmacokinetische en farmacodynamische overwegingen tot een farmacotherapiebeleid komen.
  • Kan bij een individuele patiënt toxische geneesmiddelenconcentraties interpreteren en op basis daarvan behandeladviezen geven.
  • Kent de waarde en beperkingen van toxische spiegels binnen de TDM in het algemeen.

Communicatie 

  • Kan adequaat een (telefonische) vraag verduidelijken en benodigde informatie vergaren voor het uitbrengen van een toxicologisch advies.
  • Kan adequaat informatie aan patiënt en consultvrager overdragen en notuleren
  • Bewaakt adequaat de continuïteit van de zorg tijdens en na het consult, dan wel de opname.

Samenwerking 

  • Kan adequaat samenwerken met andere zorgverleners, zoals verpleging, consultvragers, ondersteunende afdelingen als apotheek (zowel met apothekers als apothekersassistenten)
  • Kan goed overzicht houden over de zorg en de diverse betrokken consulenten in het geval van hoog complexe zorg bij een patiënt met multi-morbiditeit, waaronder mogelijk psychiatrische problematiek.

Kennis en wetenschap 

  • Is eerste auteur van een artikel met een toxicologisch onderwerp gepubliceerd in een peer-reviewed medisch tijdschrift. Publicatie van een case-report is hierbij ook toegestaan.
  • Is in staat de toxicologie literatuur te duiden
  • Weet welke plek toxicologie inneemt in het registratieproces van geneesmiddelen/ op welke manier studies naar toxiciteit worden uitgevoerd

Maatschappelijk handelen 

  • Treedt adequaat op bij calamiteiten (AHLS)
  • Herkent en kent determinanten van ziekte/schade als gevolg van middelen misbruik.
  • Heeft oog voor het nazorgtraject van de patiënt en het systeem om patiënt heen met betrekking tot adequate psychosociale begeleiding en verslavingszorg
  • Heeft zicht op ketenzorg en kan adequaat gebruik maken van de keten ten behoeve van de patiënt
  • Kan een kindcheck uitvoeren bij een intentionele intoxicatie en geeft vervolg aan een positieve kindcheck
  • Handelt volgens de wet en kent de wettelijke kaders bij een geïntoxiceerde en mogelijk wilsonbekwame patiënt.
  • Weet hoe te handelen bij een overlijden ten gevolge van een intoxicatie (wat wil zeggen, een niet-natuurlijk overlijden)

Organisatie

  • Efficiënt werken, inclusief administratie, complicatieformulieren, terugkoppeling naar consulenten en huisarts waar nodig.
  • Kan vlot adequate medische informatie over intoxicaties verkrijgen en komen tot een behandel advies
  • Werkt effectief en doelmatig.
  • Is op de hoogte van richtlijnen en protocollen
  • Goede balans werk en privé.

Professionaliteit

  • Kent eigen beperkingen.
  • Heeft een adequate en empathische houding naar patiënt, familie, verpleging en collegae.
  • Kan de eigen competenties afbakenen.

Beoordelingsmethoden

EPA’s

  1. Opvang acute intoxicatie
  2. Stofmonografie schrijven
  3. Informatieverstrekking bij een acute intoxicatie

Bewijs met exposure aan 100 unieke intoxicatie patiënten

Een overzicht van 100 casus inclusief datum, geslacht/leeftijd patiënt, middel, ernst van de intoxicatie, rol bij de casus (klinisch of telefonisch advies) en uitgebrachte behandeladvies. Er dient voldoende variatie tussen de casuïstiek te zijn. Tevens ingevulde lijst met essentiële intoxicaties en toelichting hoe kennis en ervaring hierover is opgedaan.

NVIC-stage

Stage met als leerdoelen het geven van advies bij een intoxicatie vraag en het geven van advies naar aanleiding van inbox vragen in de rol van achterwacht. Begrip van werkzaamheden NVIC en minimaal 1 dag meedraaien met de voorwacht.

KPB’s

  1. Organiseren en voorzitten multidisciplinaire toxicologie bespreking
  2. Voordracht houden bij een regionale of landelijke of NVIC-bespreking
  3. Opvang van een acute geïntoxiceerde patiënt
  4. Geven van advies na een intoxicatie vraag

VIVA

  1. Minimaal vier symptoom gebaseerde case discussies met keuze uit de volgende onderwerpen: metabole acidose, coma, convulsie, aritmie, cardiovasculaire collaps, geagiteerde toxicologie patiënt, one pill killers.
  2. Casebook met 8 uitgewerkte casussen gevolgd door een VIVA-gesprek, met minimaal 1 cases met een drugs intoxicatie, 1 casus met een medicatie intoxicatie en 1 casus met een chemische/metalen intoxicatie en bij voorkeur ook een vergiftigingen cases met dieren of planten of paddenstoelen. De casuïstiek is beschreven en bevat een wetenschappelijk onderbouwde discussie over het gevoerde beleid. Maximaal 1000 woorden per casus. Een gepubliceerd case-report kan onderdeel uitmaken van het casebook en telt voor 2 casussen.
  3. Chronische toxicologie: analyse van chronische klachten, wanneer welke spiegels bepalen en hoe deze te interpreteren. Casuïstiek voorbereiden gevolgd door een VIVA-gesprek (lokaal of via het NVIC).

Cursussen

Verplicht

  1. Elearning toxicologie
  2. MD-Tox of soortgelijke cursus van minimaal 2 dagen
  3. PET cursus medische en forensische toxicologie of soortgelijke cursus

Wenselijk

  1. PET cursus moleculaire toxicologie
  2. PET cursus ecologische toxicologie
  3. AHLS of soort gelijke cursus

NB. De TAPNA master medical toxicology of een soortgelijke 2 jarige toxicologie opleiding geeft vrijstelling voor het case book (mits soortgelijke opdracht voldaan is), de elearning, de PET cursus medische toxicologie en de MD-Tox cursus.